Witte wijn
Droge witte wijn heeft bijna geen suiker meer, zoete witte wijn wel; het verschil zit in hoeveel suiker tijdens de vergisting in alcohol is omgezet. Hieronder zes flessen van droog naar zoet, en het glas dat erbij past.


Witte wijn per druif
Vier druiven die je in vrijwel elk schap tegenkomt, van droog tot dessertzoet. Elke druif heeft bij ons een eigen pagina met smaak, spijs en het juiste glas.

Chardonnay
Op eiken gerijpt boterzacht met vanille en karamel, uit een stalen tank juist lichter en frisser.
Over Chardonnay →
Sauvignon blanc
Citrus, groene appel, kruiden en kruisbes, en een vaste waarde bij geitenkaas en groente.
Over Sauvignon blanc →
Verdejo
De druif van Rueda, met groene meloen, citrusvruchten, venkel en witte perzik.
Over Verdejo →
Moscato
De muskaatdruif achter veel dessertwijnen, met abrikoos, perzik, sinaasappel en vanille.
Over Moscato →Het sap is kleurloos, de schil doet het werk
Witte wijn wordt gemaakt van groene of gele druiven, en in sommige gevallen zelfs van blauwe. Het sap dat uit een druif komt is namelijk altijd kleurloos; de kleur zit in de schil. Bij witte wijn gisten die schillen niet mee, en daardoor blijft de wijn licht van kleur en krijgt hij vaak een frisse, fruitige smaak. Daar zit meteen het verschil met de rest van het schap: voor rosé laat de wijnboer de schillen acht tot veertien uur in de most weken, en hoe langer dat contact duurt, hoe donkerder de wijn wordt. Bij rode wijn gisten de schillen gewoon mee. Wit, rosé en rood beginnen dus bij hetzelfde kleurloze sap en lopen pas bij de schillen uiteen. Na de eerste gisting wordt wit al gefilterd, en daarna ligt de wijn meestal een paar maanden op roestvrijstalen vaten.
Of een witte wijn droog of zoet wordt, hangt af van het moment waarop de vergisting stopt. Bij een droge wijn worden bijna alle suikers omgezet in alcohol, waardoor er weinig tot geen suiker overblijft en smaken als citrus en appel naar voren komen. Bij een zoete wijn gebeurt dat niet volledig: er blijft restsuiker achter, en die proef je terug. Wijnmakers beginnen daarvoor meestal met druiven die van zichzelf al veel suiker hebben. Het mooiste voorbeeld van die twee kanten draagt maar één naam: riesling heeft altijd een hoge zuurgraad en kan droog zijn maar net zo goed zoet, en van chenin blanc wordt alles gemaakt van beendroog tot zoet. De druif op het etiket zegt dus niet alles; de stijl van de wijnmaker wel.
In het kort
Zes flessen, van droog naar zoet
Dezelfde kleur, een heel andere smaak. Van boven naar beneden blijft er steeds meer suiker in de wijn achter, en zakt het alcoholpercentage mee.

Pinot grigio
Fris en soepel, met perzik, grapefruit, limoen en een lichte kruidigheid, en een zachte lange afdronk. Pinot grigio heeft doorgaans een laag restsuikergehalte en is daarmee vaak de droogste keuze van dit rijtje.

Sauvignon blanc
Opwekkend, met tonen van citrus, gemaaid gras en kruisbessen, en zeer toegankelijk van smaak. Knisperfris met een hoge zuurgraad, en daarmee over het algemeen minder zoet dan een chardonnay.

Verdejo
Fruitig, sappig en toegankelijk, met tropisch fruit, citroen, groene kruiden en venkel. Verdejo komt uit Rueda in het noorden van Spanje; sommige verdejo's krijgen houtlagering en worden daardoor een stuk voller.

Chardonnay op eiken
De helft van deze volle, rijke wijn rijpt een half jaar op eikenhouten vaten. Dat proef je terug in de vanille, de boter en de toffee, naast ananas, papaja, perzik en citroen.

Riesling Spätlese
Gemaakt van laat geoogste rieslingdruiven uit de wijngaard Ürziger Würzgarten, met flink wat restsuiker. Zoet en fruitig, en met 7,5 procent alcohol duidelijk lichter dan de droge flessen hierboven.

Moscato
Een lichtzoete bubbelwijn van de muskaatdruif muscat d'Alexandrie, met sinaasappelbloesem, mandarijn en een zachte verfrissende bubbel. Van deze zes de zoetste fles, en met 5,5 procent ook de lichtste.
Rood en rosé beginnen bij precies hetzelfde kleurloze sap; daar gaat de schil wel de kuip in.
Fris van zuren, en zo zoet als de vergisting toelaat
Citrus & wit fruit
Bij de droge flessen ruik je citrus, groene appel, peer en kruiden, soms met een grasachtig randje. Zoete wijnen gaan meer richting abrikoos, perzik, honing en sinaasappelbloesem.
Fris of rond
Een droge witte wijn smaakt fris en licht zuur, omdat er nauwelijks suiker is overgebleven. Een wijn met restsuiker voelt voller en ronder, en houdt bij riesling de hoge zuren ernaast als tegenwicht.
Vanille & boter
Chardonnay die op eiken is opgevoed is rijk en vol, met warme smaken als vanille, boter en zelfs karamel. Dezelfde druif uit een stalen tank komt juist dichter in de buurt van een frisse pinot gris of sauvignon blanc.
Smaakprofiel van een doorsnee droge witte wijn. Een houtgerijpte chardonnay scoort hoger op kracht, een spätlese of een moscato een stuk hoger op zoet.
Zo schenk je witte wijn
Witte wijn wil koud de kelk in en koud blijven. Dat zit in de temperatuur, in hoe je het glas vasthoudt en in hoe vol je schenkt.
Koelen op 8 tot 12 graden
Een frisse, fruitige witte wijn schenk je rond 8 tot 10 graden, oftewel ongeveer drie uur in de koelkast. Een volle of aromatische wijn mag naar 10 tot 12 graden en heeft aan anderhalf tot twee uur genoeg, of aan een half uurtje buiten de koelkast. Een houtgerijpte chardonnay komt op 12 graden het best tot zijn recht, een staalgerijpte op 7 tot 10.
Van droog naar zoet →Bij de steel vasthouden
Een wijnglas bestaat uit een voet, een steel en een kelk. De steel voorkomt dat je hand het glas beetpakt en de wijn opwarmt, en de kelk houdt de aroma's vast en verdeelt ze. Witte wijn schenk je tot net boven de bolling en niet verder: lauwe wijn geeft minder frisse aroma's terug.
Naar de glazen →Bewaren na het openen
Na drie tot vier dagen zijn de meeste wijnen geoxideerd. Giet de rest over in een plastic fles en knijp die samen tot de wijn er net niet uitkomt, dan houd je hem in de koelkast enkele dagen tot zelfs een week goed. Een vacuümpomp werkt ook. Een ongeopende fles leg je liggend weg, zodat de kurk niet uitdroogt.
Meer over bewaren →Cocktails met een witte bubbel
Stille witte wijn gaat zelden in een cocktail; die drink je puur uit het glas. Deze vier leunen allemaal op een mousserende witte wijn, en komen daarmee het dichtst bij de lichtzoete moscato hierboven.

Bellini
Perzikpuree onderin het glas en dan rustig aanvullen met een droge bubbel.
Hugo Spritz
Vlierbloesemsiroop, mousserende wijn, bruiswater en munt over veel ijs.
Mimosa
Half sinaasappelsap, half bubbels, en verder hoeft er niets bij.
Kir Royal
Een bodem crème de cassis, aangevuld met een droge mousserende wijn.Alles wat je nog wilde weten over witte wijn
Staat je vraag er niet bij? Bekijk onze cocktailrecepten of neem contact op.
Naar de cocktailrecepten →









